We hebben bijna drie uur gelopen als het zandpad eindigt tussen een groep stekelige en dorre struiken. We trappen nog wat lage struikjes plat, kruipen onder takken door en blijven met de rugzak aan een stammetje hangen, voordat het met een zachte tik afbreekt. Rechts voor ons ligt een fors varken tevreden te slapen onder een struik. Drie meter verderop ligt nummer twee. Tijd om om te keren. Deze tocht gaat ons boekje niet halen. We lopen desalniettemin opgewekt terug, want morgen een nieuwe dag, voor een nieuwe poging. Over het maken van onze allereerste wandelgids.

UNESCO Biosphera

Wandelen op Menorca is vooral een kwestie van doorzetten. Het eiland heeft weliswaar een reputatie hoog te houden als UNESCO Biosphera Reserve, maar ingesteld op wandelaars zijn ze hier niet. Het eiland is overdekt met ezelspaden en oude karrensporen die meestal naar een boerderij leiden. Keerzijde van die landelijke romantiek is dat de meeste boeren zich weinig gelegen laten liggen aan openbare weg. Waar op de kaart nog een smal pad stond ingetekend staan nu een paar ezels ons vriendelijk aan te kijken.

Mooie oude paden

We zijn hier om een Nederlandse wandelgids te maken. Er bestaan meerdere Engelstalige wandelgidsen van Menorca, waar we tijdens ons verblijf dankbaar gebruik van maken. Nadeel van deze gidsen is dat ze overwegend korte tochtjes van maar een paar kilometer beschrijven. Terwijl wij een gids willen maken voor wandelaars zoals we zelf zijn: mensen die graag een aardige tocht willen maken van een (halve) dag en die na hun inspanningen nog tijd en energie over willen hebben om de dag met één of twee uurtjes strand te besluiten. Niks geen gesleep met tenten, voedselvoorraden en gasbrandertjes. Gewoon lekker een paar uur stevig stappen om daarna het comfort van de vakantieaccommodatie op te zoeken. En dus besluiten we bestaande ideeën voor tochten te gebruiken, maar ook om zelf onze weg te zoeken aan de hand van kaarten en zelf nieuwe routes te beschrijven. Met wisselend succes: van de circa 40 pogingen die we ondernemen om een mooie tocht te maken, strandt ongeveer de helft; in het struikgewas, bij een hek of in een weiland omdat de boer heeft besloten het stuk weg bij zijn landerijen te trekken.

Groen, groener, groenst

Menorca is groen als we op 2 april aankomen met de boot in de haven van Mahon. Tijdens de autotocht naar de andere kant van het eiland (circa 50 km), waar het door ons gehuurde huis op ons wacht, toont het eiland zich op z’n mooist: vrijwel alle weilanden zien geel van de bloemen. De bomen, het struikgewas en de weides, alles is fris groen en bereid zich voor op een bont voorjaar. Door zijn meer oostelijke ligging krijgt Menorca meer regen dan de andere Baleaeren, wat zich terug betaalt in onwaarschijnlijk mooie bloemen; wilde orchideeën, uitbundig bloeiende lupinesoorten, velden vol klaprozen. Enorme hoeveelheden gele margrieten sieren de bermen en kleuren het landschap. Op onze eerste wandeltochten leren we Menorca kennen op z’n liefelijkst. Maar ook op zijn ruigst, als half april de laatste storm van het Tramutana-seizoen het eiland een paar dagen op de korrel neemt. Het is de tijd waarin we het meest ongestoord onze gang kunnen gaan. Geen toeristen en alleen maar vriendelijke, goedmoedige eilanders die ons begroeten en verbaasd bekijken als we met onze wandelschoenen en dagrugzakjes over hun grond willen lopen. We vragen en krijgen overal toestemming om te passeren. Zelfs de vervaarlijk uitziende waakhonden, die gelukkig overwegend aan de ketting liggen, kijken met een mengeling van verbazing en opwinding naar ons.

Stille baaien. lege stranden

Het wier, dat in de wintermaanden overvloedig in de baaien van Menorca aanspoelt en op het strand ligt uit te drogen, wordt nu weggehaald, opdat de kleine inhammen er zo mogelijk nog paradijselijker uitzien. De Menorcanen blijven mopperen dat er te weinig toeristen en dus inkomsten zijn dit jaar. Wij genieten volop van de rust. Zelfs wandelend langs geasfalteerde landwegen kunnen we niet anders dan concluderen dat deze aanzienlijk stiller zijn dan het gemiddelde Nederlandse fietspad. Op de stranden treffen we soms andere bezoekers, veelal rustzoekers die net als wij juist niet op zoek zijn naar strandtenten en parasolverhuur. De stranden, waarvan een aantal uitsluitend te voet te bereiken zijn, zijn verlaten en in ons blootje duiken we in de nog koude zee.

400 km gelopen!

Eind juni voltooien we de 20ste tocht die we geschikt vinden voor het boekje. Via de lange Cami Vell, een weg die zijn oorsprong nog vindt in de Romeinse tijd, bereiken we na een krappe 20km zwetend de Plaça d’Es Born in Ciutadella. Daar lijken de terrasjes onder de dennenbomen ons te uitnodigend toe te lachten om ze links te laten liggen. In totaal hebben we dan zo’n 400 kilometer gelopen, waarvan er zo’n 200 te gebruiken zijn voor onze gids. Het toeristenseizoen komt nu, met horten en stoten, op gang. Veel te weinig bezoekers, zo oordelen de Menorcanen, veel te veel vinden wij. We gaan terug naar Nederland, met twintig wandelroutes en honderden foto’s op zak. Uitgerust en gedreven om te zorgen dat die Nederlandstalige wandelgids er komt. Want veel te weinig mensen weten dat er zoveel moois zo dicht bij huis (twee uur vliegen) is te vinden. Wandelen op Menorca is alsof je terug wandelt in de tijd, toen begrippen als de 24-uurs economie, stress en onthaasten nog niet bestonden. Eigenlijk zonde om dat allemaal zo op te schrijven, vinden we. Want: hoe minder zielen, hoe meer vreugd!

Praktisch

In 2005 gingen we naar Menorca voor onze allereerste gids. April 2013 zijn we terug gegaan om de tweede druk voor te bereiden. Kijk op www.wandelenopmenorca.nl voor meer informatie. Daar vind je ook de routebeschrijving van een van de wandelingen uit de gids.